Vuelta 2017: voor bergbeklimmers

Live bij Eurosport en Sporza

P
Lees meer

De Vuelta van 2017 is weer een ronde voor echte klimmers. Dat denken de deskundigen. Feit is dat deze ronde van Spanje weer spannende bergetappes kent. De ronde zie je van 19 augustus tot en met 10 september.

Alejandro Valverde, bijvoorbeeld, heeft verstand van de Vuelta. De Spaanse ronde voert ook dit jaar weer door zijn achtertuin. En de ronde is voor echte klimmers, vindt ook hij. Niet voor leuk klimmende tijdrijders. En al helemaal niet voor sprinters. Valverde wilde dit jaar voor de eindzege gaan in wat officieel de Vuelta a España heet. Maar zijn val in de Tour de France en zijn daarbij gebroken knieschijf betekenden het einde van het seizoen voor de Spanjaard in dienst van Movistar. Of er moet een medisch wonder gebeuren. Maar zijn bovenstaande mening over de Vuelta van dit jaar snijdt nog steeds hout.

Van de 21 etappes die de ronde ook dit jaar weer telt, eindigen er 8 bergop. Er zijn 5 echte bergetappes, 8 heuveletappes en twee tijdritten, waarvan 1 ploegentijdrit, als opening van de Vuelta, die dit jaar in het Franse Nîmes start. Daar rijden de ploegen door het Romeinse amfitheater heen. In ieder geval een mooi plaatje. De Spaanse ronde start trouwens niet zo vaak in het buitenland. In 2009 was de voorlaatste keer, in ons eigen Assen. Als finale rijden de overgebleven renners zoals altijd een criterium door Madrid.

Ambities Kelderman en Poels

Wilko Kelderman heeft grootse plannen in de Vuelta: hij gaat voor de hoofdprijs. Die ambitie zal hij moeten delen met andere grote namen. Eerst even de opvallende afwezigen: Tom Dumoulin, Nairo Quintana, Peter Sagan en de al eerder genoemde Valverde. Maar de andere grote namen zijn nog steeds van plan mee te doen: Chris Froome, Alberto Contador. En op de voorlopige lijst staan onder andere ook Nibali, Aru, Bardet en Majka. En tijdens het schrijven van dit stuk had Tom Dumoulin nog geen beslissing genomen over het rijden van de Vuelta. Kan dus toch een hele interessante ronde worden. Er komen nog meer Nederlanders aan de start: Steven Kruijswijk, klimtalent Sam Oomen (in zijn eerste grote ronde) en niet te vergeten Wout Poels, die hopelijk bij de Vuelta helemaal hersteld is van zijn knieblessure en zonder Tour de France in de benen goud waard kan zijn voor zijn ploeg en Froome in het bijzonder.

(als een) berg (tegen) op

Je moet natuurlijk de hele Vuelta kijken. Maar twee etappes verdienen extra aandacht: nummer 15 en de op een na laatste, nummer 20.

Naar de Sierra Nevada

De 15e etappe gaat van Alcalá La Real naar Sierra Nevada. Het is een korte etappe, maar echt zwaar. Tijdens de 127 kilometer moeten de renners bij elkaar opgeteld maar liefst 3000 meter bergop. Het slot van de etappe is de beklimming van de Alto de Monachil, direct gevolgd door de beklimming van de Alto Hoya de la Mora, met de finish op de berg. De twee bergen zijn goed voor 28 kilometer klim- en daalwerk, met een stijgingspercentage van gemiddeld 6%. Sla je hier als renner je slag, dan sla je hier een gat waar je in de rest van de ronde plezier van gaat hebben.

Steil omhoog op de Angliru

De dag voor de finale in Madrid mogen de klimmers nog vol aan de bak. En dan bedoelen we vol aan de bak. En dat willen we best nog een paar keer herhalen. Wederom een korte rit (120 kilometer), maar met drie steile klimmen in de laatste 50 kilometer, eindigend op de welhaast epische Alto de El Angliru, met stijgingspercentages waarvan gewone stervelingen hard terugrollen richting dal.

Maar de renners beginnen dat laatste stuk met de Alto De Cobertoria, een klim van 9 kilometer die gemiddeld 7,5% stijgt. De tweede berg van het trio is Alto de Cordal. Die zorgt voor 5,4 kilometer omhoog rijden met gemiddeld 9,6% en met het steilste stuk van meer dan 12%, 1 kilometer onder de top.

Maar de absolute kuitenbijter is berg nummer drie: De Alto de El Angliru. Dit martelwerktuig moeten de klimmers nog doorstaan voordat ze een streep kunnen zetten onder deze etappe. Er is op de top trouwens he-le-maal niets te beleven, dus het is finishen en rechtsomkeert. Maar dus eerst de berg bedwingen. Dat gaat in drie delen.

Weinig problemen voor de klimmers tijdens de eerste 5 kilometer. De gemiddelde stijging is dan 8%. Dan een stukje vlak maar het laatste stuk is zwaar. De renners klimmen met een gemiddeld stijgingspercentage van 15%. Maar ze weten dan wat er nog aankomt, de laatste pak ‘m beet 3 kilometer: het geitenpad (Cueña les Cabres) met een stuk van maar liefst 23,5%. Daarna blijft het steil, met 18%- tot 21%-stukken eronder. En even voor de fietsfans: op Fietspraat.nl lazen we met welke bladen de renners deze helling ongeveer nemen. Veel mecaniciens zetten speciaal voor deze berg drie bladen voor, in plaats van de gebruikelijke twee. Mecanicien Geoff Brown van het toenmalige US Postal installeerde 53x39x30 voor en 25x12 achter. Heel klein verzet, maar op die steile stukken ook heel hard nodig.