Clubprofiel: Sevilla FC

Clubprofiel: Sevilla FC

De Andalusische reus is wakker

De beste Andalusische club van de laatste jaren is ook buiten Spanje doorgebroken. Het duel om de UEFA Supercup is de tiende internationale finale. Toch kende Sevilla ook mindere tijden.

Spanjes oudste 'echte' voetbalclub

Net zoals veel andere Spaanse voetbalclubs is Sevilla FC opgericht door de Britten. De toevoeging FC stond eerder dan ook voor Football Club. Dat veranderde later in Fútbol Club. Met zijn 126 jaar mag Sevilla zich de oudste 'echte' voetbalclub van Spanje noemen. Toch werd het jarenlang gezien als een slapende reus. Door de leeftijd en de grootte van de stad en aanhang zou je namelijk meer mogen verwachten dan die ene landstitel uit 1946. De bijna anderhalf miljoen fans blijven nog steeds vurig hopen op een tweede titel.

Het nieuwe stadion

Een belangrijke stap vooruit was de oplevering in 1958 van het Estadio Ramón Sánchez-Pizjuán, gelegen in het district Nervión. Het stadion kreeg de naam van de president die de club zeventien jaar leidde. In het nieuwe stadion heeft de club nog niet zo veel competitiesuccessen gekend als in het oude, het Campo de la Victoria. In de vorige arena wonnen Los Nervionenses drie keer de Copa del Rey. Naast de landstitel uit 1946 werden ze viermaal tweede tot 1957. Daarna eindigden ze niet meer zo hoog. Misschien dat de eerste officiële wedstrijd een vloek over het stadion heeft afgeroepen; de grote rivaal Real Betis Sevilla kwam op bezoek en won met 2-4.

Ook Maradona kan geen potten breken

De eerste veertig jaar in het stadion maakte van Sevilla uiteindelijk vooral een stabiele club, maar ook een zonder successen. Met uitzondering van vier seizoenen speelde het tot 1997 op het hoogste niveau. Los Rojiblancos (de rood-witten) moesten jarenlang het nieuwe stadion afbetalen. Vaak bungelden ze in de middenmoot, af en toe speelden ze Europees voetbal, maar ze wonnen geen enkele prijs meer.

Zelfs niet toen ze in 1992 een van de beste voetballers ter wereld aantrokken: Maradona. De Argentijn had vooral blessures en maakte vaak ruzie met coach en landgenoot Bilardo. En dat terwijl de twee zes jaar eerder de wereldtitel met Argentinië hadden veroverd. Maradona's verblijf was van korte duur. De situatie verslechterde door financiële problemen in de jaren negentig. Het leidde tot degradaties in 1997 én in 2000.

Monchi maakt Sevilla groot

Het aanstellen van reservekeeper Monchi als sportief directeur in 2000 betekende de redding van de club. Hij realiseerde de twee wensen van het clubbestuur: een jeugdopleiding en een scoutingapparaat. Sevilla promoveerde en eindigde sindsdien niet lager dan de tiende plek. Veel belangrijker zijn de prijzen die binnenstroomden. Maar liefst vijfmaal won het de UEFA Cup (hernoemd tot Europa League). De laatste drie edities waren allemaal voor Sevilla. Ook won het al eens de UEFA Supercup: in 2006 met een 3-0 overwinning op FC Barcelona. 

Weinig geluk in eigen land

Opvallend genoeg is het succes in Spanje zelf veel minder groot. De laatste prijs in eigen land wonnen de Andalusiërs in 2010, de Spaanse beker. Vorig seizoen wonnen ze zelfs geen enkele uitwedstrijd. Het dichtst bij de titel was Sevilla nog in het seizoen 2006/2007, toen het op vijf punten eindigde van Real Madrid en FC Barcelona. In dat seizoen won het wel de Copa del Rey en de Spaanse Supercup. De club was volgens de International Federation of Football History & Statistics in die periode zelfs de beste club van de wereld.