Clubprofiel: Manchester City

Clubprofiel: Manchester City

Manchester City is dat klasgenootje dat een gedaanteverwisseling heeft ondergaan. Van verlegen underachiever naar zelfverzekerde macho. En dat in een zomer tijd.

Dat is wat er met City gebeurde toen Sheikh Mansour de club kocht. De Citizens wonnen sindsdien twee landstitels, de FA-cup, twee League-cups en een Community Shield. Wie zegt dat geld niet gelukkig maakt?

Geld moet rollen

De jaartelling van City begint opnieuw in september 2008. Dat is wanneer Mansours Abu Dhabi United Group de club uit de vergetelheid haalde. City had toen al 40 jaar geen landstitel meer gewonnen. De nieuwe eigenaren lieten er geen gras over groeien. City moest de grootste club ter wereld worden. Dat begon met de spraakmakende transfer van Robinho. De Braziliaan was slechts een van de vele grote namen. Ieder jaar kwamen er nieuwe sterren bij: van Carlos Tévez en Patrick Vieira tot Mario Balotelli en Sergio Agüero. Sinds de overname gaf City bijna € 1,3 miljard uit aan transfers.

Dromen over de toekomst

Daar bleef het niet bij. De dure transfers zijn slechts een stukje van de puzzel. Hypermoderne trainingsfaciliteiten, medische voorzieningen, de jeugdopleiding. Alles is vernieuwd. Ook het Etihad stadion gaat op de schop. De capaciteit moet omhoog naar 61.000 zitplaatsen. De eigenaren hebben het vizier op de toekomst. Ze dromen over de ontwikkeling van de merknaam City. Ook op nieuwe voetbalmarkten zoals de Verenigde Staten en Australië. Daarom zijn New York City FC en Melbourne City FC opgericht. Inmiddels hebben de Citizens Arsenal, Chelsea en Liverpool financieel ingehaald. De inkomsten zijn fors gestegen. City is nu de op vijf na rijkste club ter wereld. In Engeland moet City voorlopig alleen rivaal Manchester United voor zich dulden.

Einde aan de prijsloze jaren

De nieuwe olierijkdom bracht ook sportief succes. In het 136-jarige bestaan (sinds 1894 onder de huidige naam) won City achttien prijzen op het hoogste niveau. Een derde daarvan won het sinds de clubovername in 2008. De FA-cup in 2011 was de eerste grote prijs sinds 1976. Tot groot vermaak van de City-fans. Want eindelijk kon dat ellendige spandoek op Old Trafford weg. Zo herinnerden de Mancunians hun stadsrivalen aan de 35 prijsloze jaren.

Bloedstollende ontknoping van het seizoen

De landstitel een jaar later smaakte nog zoeter. Met letterlijk het laatste balcontact van het seizoen schoot ‘Kun’ Agüero zijn City naar de landstitel tegen Queens Park Rangers. In de bloedstollende ontknoping dachten United-fans de titel al binnen te hebben. Door twee doelpunten in blessuretijd won City toch nog met 3-2. Zo mooi kan de Premier League zijn.

2011/2012, laatste vijf minuten van Manchester City - Queens Park Rangers: 3-2

¿Habla español?

De prijzen smaken naar meer. City wil uit de schaduw van de veel succesvollere stadgenoot United kruipen. Dat kan alleen met Europese prijzen. En daarom is Pep Guardiola aangesteld. Hij is het sluitstuk van de Spaanse revolutie bij City. De club modelleert zich naar de meest succesvolle club van de laatste tien jaar: Barcelona. City-bestuurder Ferran Soriano en directeur voetbal Txiki Begiristain stelden Pep ooit aan bij Barça. Guardiola moet nu het onmogelijke mogelijk maken bij City. En dat met een vrijwel volledig Spaanse trainersstaf. Voetballers Nolito, David Silva en Jesús Navas maken de Spaanse armada compleet. City is nu bijna een kopie van Barcelona. Maar de vraag is, kan de kopie het origineel overtreffen?