Seve van Ass wil doorpakken met Oranje

Seve van Ass wil doorpakken met Oranje

Een doorbraak wil hij het niet noemen. 'Nee, dat vind ik persoonlijk een te groot woord', blikt hockeyer Seve van Ass terug op het glorieuze EK-goud dat Oranje eind augustus in Engeland veroverde. Volgens de 23-jarige middenvelder van Rotterdam is het nu wel de hoogste tijd om door te pakken met de Nederlandse ploeg, die vanaf vrijdag in Raipur in India de titel in de World League verdedigt. 'Het succes in Londen mag ons niet verblinden. We moeten niet gaan denken dat we er al zijn. We dienen hongerig te blijven. Elk toernooi moeten we onszelf weer bewijzen.'

De Nederlandse hockeyers wachten al sinds 2000 op een olympische titel en/of WK-goud. Ook onder bondscoach Paul van Ass, die zijn zoon vernoemde naar zijn golfidool Seve Ballesteros, bleef een mondiale hoofdprijs tussen 2010 en 2014 uit. Na het pijnlijke zilver vorig jaar juni bij het WK in Den Haag, met een afstraffing door Australië in de finale (1-6), werd de succesrijke trainer Max Caldas van de vrouwenploeg naar het mannenteam overgeheveld, met maar één opdracht: Oranje weer aan hoofdprijzen helpen. De Europese titel, met vijf overwinningen op rij en een unieke zege in de finale op aartsrivaal Duitsland (6-1), zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuwe succesperiode voor de Nederlandse mannenploeg.

'In die EK-finale viel alles op zijn plaats', concludeert Van Ass, al goed voor 85 interlands. 'Onder mijn vader hebben we ook mooi hockey gespeeld, maar hebben we geen grote toernooien kunnen winnen, even afgezien van de World League. Bij elke wissel van een coach verandert er wel wat. Meer dan ooit spelen we nu voor de overwinning. Dat wilde de groep na het WK in Den Haag ook heel graag. We passen hier en daar ons systeem aan als dat nodig is om te winnen. Zo zijn we ook het EK in Londen doorgekomen en speelden we uitgerekend in de finale onze beste wedstrijd van het toernooi.'

Volgens Van Ass is er door het vertrek van zijn vader, een vurig aanhanger van de ´Hollandse School´ (snel, aanvallend en attractief hockey), voor hemzelf niet zoveel veranderd bij Oranje. 'We hebben altijd heel natuurlijk met elkaar samengewerkt. Ik heb in de groep ook nooit scheve gezichten gezien. De jongens hoefden zich niet in te houden als ik erbij was en zelf gedroeg ik me ook niet anders. Onder mijn vader speelde ik nog wel als aanvaller bij het WK. Volgens hem was ik in die rol vrijer in mijn hoofd. Nu ben ik terug bij Oranje op het middenveld en daar voel ik mij ook weer heel prettig bij.'