Duitsland en Oranje voetballen tegen terreur

Duitsland en Oranje voetballen tegen terreur

Het had in Hannover een feestavond moeten worden, zeker voor de Duitsers. Ongetwijfeld zou plagerig 'Ohne Holland fahren wir zum EM' van de tribunes zijn geschald als vrijdag 13 november niet was veranderd in een dramatische dag. Op het moment dat de 'Mannschaft' in Parijs oefende tegen Frankrijk, gingen buiten het Stade de France bommen af. Zelfmoordterroristen zaaiden dood en verderf. Hun bedoeling was eigenlijk die explosieven te laten ontploffen in het volgepakte voetbalstadion, iets boven Parijs in Saint-Denis. Het leed was dan nóg groter geweest.

Die angstaanjagende constatering kwam na het laatste fluitsignaal keihard binnen bij de Franse en Duitse sterren. Gezamenlijk brachten ze de nacht door in de kleedkamers van het Stade de France, uit angst voor wat buiten allemaal gebeurde. De Duitsers moesten eerder op de dag al halsoverkop hun hotel verlaten vanwege een bommelding. De schrik zat er daardoor al goed in en veranderde in doodsangst toen Parijs, de stad van de liefde, 's avonds veranderde in een bloedbad. Zaterdagochtend vlogen de spelers terug. Pas op Duitse bodem durfden ze opgelucht adem te halen.

Voetbal is even bijzaak, zeker voor de aangeslagen 'Mannschaft'. Toch willen de Duitsers dinsdag een oefenwedstrijd spelen tegen het Nederlands elftal. Niet uit sportief oogpunt of om Oranje fijntjes te wijzen op het missen van het EK, maar om een signaal af te geven aan de rest van de wereld. 'We laten ons niet intimideren door terreur', zei interim-voorzitter Reinhard Rauball van de Duitse bond DFB. Teammanager Oliver Bierhoff benadrukt het symbolische belang van de voetbalklassieker, die vele decennia bol stond van haat en rivaliteit, maar nu heeft plaatsgemaakt voor onderling respect. 'Iedereen bij de ploeg is aangeslagen. Desondanks willen we laten zien dat we staan voor onze waardes en onze cultuur. Het sportieve belang doet er even niet toe.'